Preek van 5 maart 2017

5 maart.1

Het is vandaag de eerste zondag van de 40dagentijd. Over precies 7 weken is het Pasen. Zeven?, denk je dan misschien. Zeven weken x zeven dagen, dat is toch 49 en geen 40. Dat klopt. Maar we zijn natuurlijk al gaan tellen vanaf Aswoensdag, afgelopen week en daarnaast tellen de zondagen in de veertigdagentijd niet mee, want die zijn zelf al een stukje Pasen. Een herinneringsdag voor het lege graf.

 

Kijk, dit is het logo van de Protestantse kerk Nederland, de PKN. Grappig genoeg lijkt het afgeleid van een beroemd raam in de St Pieter van Rome, gemaakt door de beroemde architect Bernini. De overeenkomsten zijn opvallend, nietwaar? Ik noem dit “grappig,” omdat de protestantse kerk haar wortels heeft in haar verzet tegen de bouw van de huidige St Pieter. Deze is immers betaald door een obscure handel in aflaten, waar Maarten Luther zich 500 jaar geleden zo tegen heeft verzet. Hoe dan ook, het ging de Rooms-katholieken en de protestanten om dezelfde symboliek, namelijk deze: Christus is de zon van Pasen. Zoals de zon het duister van de nacht overwint, zo overwint Christus met Pasen het donker van de dood. Christus als de zon van Pasen. De zon die verwarmt en ons leven verlicht, maar ook aan het licht brengt wat zich in het duister verscholen hield. Onze donkere kanten zichtbaar maakt.
5 maart.2Als je die gedachte koppelt aan wat zopas verteld werd, namelijk dat de 40dagentijd een reis is richting Pasen, dan zijn wij als het ware op weg naar Pasen als een zonnig bestaan.
Het leek ons daarom goed om elke week het weerbericht in de gaten te houden. Hoever staat het met die Zon van Pasen?

 

Genesis 2 : 15vv
We lezen vandaag een bekend verhaal. Eva plukt een verboden vrucht en laat ook Adam daarvan eten. Op de foto naast me is die verboden vrucht een appel, maar de Bijbel zelf laat in het midden wat voor vrucht het was. 5 maart.1Velen van ons zijn opgevoed met de gedachte, dat dit het begin was van alle kwaad. En de theologische term die daarvoor werd gebruikt luidt ‘de zondeval’. Daarmee zou het kwaad in de wereld zijn gekomen. Zo kun je dit beroemde verhaal uitleggen, maar het is niet de enige mogelijke uitleg. In het Jodendom bijvoorbeeld en in een aantal christelijke kringen wordt dit verhaal opgevat als de voltooiing van de schepping. Het idee is dan: als Eva en Adam niet van de vrucht hadden gegeten, dan was de mensheid nooit tot wasdom gekomen, nooit tot volwassenheid. In die manier van lezen is dit ook geen historisch verhaal, geen waargebeurde situatie. Veeleer is het een leer-vertelling over hoe het elke dag weer gebeurt. Mensen die de grenzen verkennen van hun bestaan. Nu mag iedereen hier natuurlijk zelf zijn of haar gedachten bij hebben, maar laten we er vandaag eens open naar luisteren. Open voor de symboolrijke woorden van deze Bijbelse vertelling. En ons verplaatsen in de positie van Eva en Adam, die op drempel staan tussen vrijheid en beperkingen. En misschien ook wel met de gedachte: dit verhaal gaat over het tot wasdom komen van mensen, over het groeien tot mensen die verantwoordelijkheid nemen over hun eigen leven.

De Ene, G’D, gebiedt 
over de mens en zegt: 
van alle geboomte in de hof mag je eten 
en eten;
maar van de boom 
der kennis van goed en kwaad, 
daarvan zul je niet eten,- 
want 
ten dage dat je daarvan eet 
zul je de dood sterven!
Dan zegt de Ene, G’D: 
niet goed is het dat de mens hier alléén is: 
ik maak voor hem een hulp als zijn tegenover!
De Ene, G’D, 
formeert uit aarde
alle wildleven van het veld en 
alle gevogelte van de hemel 
en brengt het tot de mens 
om te zien wat die daartegen zal roepen; 
en al wat hij daartegen roept, de mens,
dát is zijn naam.
De mens roept namen uit 
voor al het vee, voor het gevogelte des hemels en 
voor alle wildleven van het veld; 
maar voor de mens 
heeft hij geen hulp gevonden 
als zijn tegenover.
Dan laat de Ene, G’D, een verdoving vallen 
over de mens zodat die inslaapt; 
hij neemt één van zijn zijden 
en sluit met vlees de plek daarvan af
De Ene, G’D, bouwt de zijde die hij heeft weggenomen 
van de mens uit tot een vrouw; 
hij laat haar komen tot de mens.
Dan zegt hij, de mens: 
zij is het nu!- 
been uit mijn beenderen 
en vlees uit mijn vlees!- 
tot haar worde geroepen ‘isja’,- vrouw, 
want uit een iesj,- man is zij genomen!
Daarom zal een man 
zijn vader en moeder verlaten; 
hechten moet hij zich aan zijn vrouw, 
worden zullen ze tot één vlees.
Ze zijn, zij tweeën, naakt* , 
de mens en zijn vrouw; 
en zij schamen zich niet.
Ook de slang is naakt geweest 
Hij zegt tot de vrouw: 
is het echt zo dat G’D heeft gezegd 
‘gij zult niet eten 
van al dat geboomte in de hof!’?
Dan zegt de vrouw tot de slang: 
van de vrucht van het geboomte in de hof 
mogen wij eten!-
maar van de vrucht van de boom 
midden in de hof 
heeft G’D gezegd: 
van die zult ge niet eten 
en hem niet aanraken,- 
anders zult ge sterven!
Dan zegt de slang tot de vrouw: 
sterven?- niet sterven zult ge!-
nee, G’D onderkent dat 
op de dag dat ge van hem eet 
uw ogen zullen opengaan; 
worden zult ge als goden, 
onderkennend goed en kwaad!
Dan ziet de vrouw 
dat de boom goed is om van te eten, 
en dat hij een lust is voor de ogen 
en begeerlijk, de boom, 
om verstand te krijgen; 
dan neemt zij van zijn vrucht en eet; 
ze geeft ook aan haar man met haar, 
en hij eet.
Dan gaan de ogen van hen tweeën open 
en onderkennen ze 
dat ze ongekleed zijn, zij; 
ze naaien loof van een vijg aaneen 
en maken zich gordels.
Ze horen 
de stem van de Ene, G’D, 
omgaan door de hof, 
in de geestesadem van die dag, 
en de mens verschuilt zich, en zijn vrouw ook, 
voor het aanschijn van de Ene, G’D, 
te midden van het geboomte van de hof.
Dan roept de Ene, G’D, 
tot de mens en zegt tot hem: waar ben je?

 

Lieve mensen van G’D
De meesten van jullie zullen wel eens gehoord hebben van de Bhagavad Gītā, een heilig geschrift uit het Hindoeïsme. Het geldt als één van de belangrijkste teksten in de geschiedenis van de literatuur en filosofie. Ik kwam het boek toevallig deze week weer eens tegen en realiseerde me dat er mooie parallellen bestaan tussen dit boek en de Bijbelse verhalen van de Veertigdagentijd5 maart.3. Zo is een belangrijke gedachte in de Bhagavad Gītā, dat ieders leven een kunstwerk is, dat we zelf vorm kunnen geven door zelfexpressie. Dus door te kiezen voor dingen die je belangrijk vindt. Of waardevol. In elk mens zit dus de potentie tot groei. De praktijk is echter dat er heel wat duistere krachten zijn waar we tegenaan lopen en die ons leven overschaduwen. Er gebeuren nare dingen, je loopt aan tegen je eigen beperkingen en anderen doen soms niet wat je hoopt dat ze wel zouden doen. Een gevolg daarvan kan zijn dat we in ons hoofd gaan wonen en steeds verder van de wereld om ons heen verwijderd raken. We zien dan alleen nog onszelf en draaien rondjes in gedachten over wat er allemaal mis is in dit bestaan. Je leven krijgt dan iets mechanisch en je bewustzijn beperkt zich tot je eigen zorgen. De Bhagavad Gītā houdt ons voor dat je leven een kunstwerk is, dat je voor een heel groot deel steeds weer zelf vorm kunt geven. Geluk of het gevoel gezegend te zijn, heb je daarmee volgens het Hindoeïsme voor een belangrijk deel zelf in handen.

Recent hersenonderzoek van de universiteit in Wisconsin in Amerika, toont aan dat zich in ons brein daadwerkelijk veranderingen voordoen wanneer wij ons toeleggen op sociaal gedrag naar anderen. We kunnen onze hersenen trainen om steeds liefdevoller en meelevender te zijn. Daaruit zou je kunnen concluderen dat dit ook opgaat voor de groei van ons persoonlijk leven. In de lijn van de Bhagavad Gītā kunnen we onszelf trainen in gevoelens van geluk en van het gevoel gezegend te zijn. We kunnen onszelf trainen door te groeien in bewustzijn van onszelf en van de ander. Ja, en dat werkt volgens het Hindoeïsme pas als we die nieuwe energie niet alleen richten op eigen verlangens, maar ons ook richten op diepere wortels die hele mensheid of de hele schepping dienen.

Ik vond dat mooie gedachten nu wij op weg zijn naar Pasen. Bovendien werpen zulke ideeën ook weer een ander licht op onze Bijbelverhalen van vandaag. Zo vormen de verhalen van Adam en Eva en van Jezus’ verzoeking in de woestijn een klassieke combinatie voor een preek. En het idee is dan vaak: Adam en Eva laten zich verleiden door de duvel, maar kijk, Jezus houdt stand. Deze nieuwe Adam, Jezus, is een mens naar Gods hart. Maar klopt die tegenstelling wel? Veel mensen hebben dat concept al vaker gehoord, maar hoe ouder ik word, hoe meer ik vraagtekens zet bij die uitleg. Neem nu het verhaal van Eva en Adam. De EEUWIGE had een boom geplant waar die twee niet aan mochten komen, de boom van kennis van goed en kwaad. Maar je kunt je de vraag stellen: wilde G’D nou echt dat ze daar af zouden blijven en voor eeuwig onwetend zouden zijn? Het zou misschien ook zo kunnen zijn dat G’D wel degelijk voorzien had en gewenst had dat er ooit wél van die boom werd gegeten. Maar pas als ze daar rijp voor waren. In zo’n benadering gaat het verhaal over Eva en Adam niet over een zondeval, maar over een groei naar volwassenheid. Naar een leeftijd waarop je sterk genoeg bent onderscheid te maken tussen of kennis te hebben van goed en kwaad. We weten immers hoe kwalijk het is als kinderen op te jonge leeftijd met de last van de wereld geconfronteerd worden.

5 maart.4Kijk, dit is het hekje van mijn tuin. Dat heb ik geplaatst zodat de hond niet wegloopt, maar nog belangrijker: om te voorkomen dat mijn kinderen onbezonnen de weg opstuiven. Mijn jongste mag nog steeds niet in zijn eentje voorbij dit hek komen. De oudste twee wel, maar alleen na overleg. Hetzelfde geldt voor de twee kinderen van Kathleen.
Dit hekje is dus heel belangrijk. Onbesuisd de weg op lopen, kan zelfs dood betekenen, zoals de EEUWIGE ook tegen Adam had gezegd…als je van die ene boom eet… Toch snapt iedereen, dat het uiteindelijk wel de bedoeling is, dat die kinderen zelfstandig kunnen besluiten om wel of niet door het hekje te gaan.

Zo zou het verhaal van Eva en Adam ook gelezen kunnen worden. In een klassiek Bijbels godsbeeld is de EEUWIGE alwetend. Dan ligt het voor hand dat de ENE precies wist wat er ooit ging gebeuren. Sterker nog: dat de EEUWIGE wílde en hóópte dat het ooit zou gebeuren. Anders zou de wereld zoals die nu is, nooit hebben bestaan. Het verloren paradijs van Eva en Adam is dan ineens te vergelijken met de verloren veilige wereld van onze eigen jeugd. Je wordt pas mens, als je kennis neemt van de vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad. Of nog mooier, als je je bewust wordt van je naaktheid en je kwetsbaarheid. Naaktheid en kwetsbaarheid zijn de deuren naar echt contact naar andere mensen.

Het verhaal over Jezus in de woestijn met opnieuw de duvel in een hoofdrol, is dan misschien ook wel geen spiegelverhaal bij Adam en Eva. Ik lees dit verhaal in elk geval niet zoals ik vroeger vaak heb gehoord. Adam en Eva lieten zich verleiden, maar Jezus niet. Het klopt wel, maar het is niet de pointe. Trouwens, Jezus had als het ware al lang van die boom gegeten, want hij wist al deksels goed het onderscheid tussen goed en kwaad. Om dit verhaal te begrijpen is het goed om te beseffen dat de evangelist Mattheus Jezus tekent als een nieuwe Mozes. Je weet wel: de man die het volk Israël wegleidde uit de slavernij van Egypte en 40 jaar met hen door de woestijn doolde. En die de Tien Woorden optekende op de berg Sinaï als een soort grondwet voor het land van belofte. Anders dan bij de andere evangelisten zien we bij Mattheus al die elementen terug, maar dan gekoppeld aan Jezus. Paar voorbeeldjes:

-De drie wijzen buigen voor Jezus zoals eens de magiërs voor Mozes
-Jezus gaat en komt als kind naar Egypte
-Jezus is 40 dagen in de woestijn
-Jezus houdt ook een bergrede
-Het Koninkrijk van God wordt het land van belofte.

Ja, het hele leven van Mozes was gericht op dat land van belofte. En Jezus’ leven op het koninkrijk der hemelen. Beide begrippen verwijzen naar een spiritueel, religieus bewustzijn die de weg opent naar geluk en het gevoel gezegend te zijn. En dat zijn trouwens verschillende dingen. Een mens kan zich wonderlijk genoeg ook gezegend weten, terwijl hij of zij eigenlijk niet gelukkig is. Maar de kennis gezegend te zijn, kan het ongeluk wel verzachten en zelfs tot een kracht maken ander geluk te zoeken. Dat laatste gold in zeker zin misschien ook voor Jezus. Hij koos er niet voor niks voor om de woestijn in te gaan. Jezus wilde tijd en ruimte maken om te ontdekken wie hij werkelijk was.5 maart.5 En wie hij kon zijn. En het zoeken naar eenzaamheid is daarbij vaak een goede eerste stap. Eerst terugkeren tot jezelf. En in die woestijn heeft hij die wonderlijke droom, of die wonderlijke ervaring, niemand minder dan Satan te ontmoeten. Satan, de gepersonifieerde macht van verzoeking en verleiding. De kracht die we allemaal wel kennen omdat deze ons de wereld voortdurend anders voorstelt dan hij is. De slang, de gladjanus, die je andere wegen wil laten gaan dan je vooraf voor ogen had. En in het verhaal over Jezus worden we met drie verleidingen geconfronteerd die wij waarschijnlijk ook wel kennen:

-Je macht gebruiken voor eigen gewin. Of voor de mensen die je na staan. De zogenaamde Jacques Tichlaars-momentjes. En van deze commissaris van de koning hebben we geleerd dat dit ook onbewust kan gebeuren.                                                         -God voor je karretje spannen of de EEUWIGE uitdagen in plaats van zelf verantwoordelijkheid te nemen.                                                                                               -De verleiding dat geld en bezit gelukkig maakt. De honger naar macht en rijkdom. Niks mis met die twee overigens, maar die honger er naar maakt een mens niet gelukkig.

Jezus weerstaat de verleidingen alle drie en juist dat maakt hem de mens in balans, de man die zoveel mensen weet te inspireren en te helpen. Die weg zullen we deze 40dagentijd proberen te volgen. Hopelijk bewust, maar wonderlijk genoeg kan het ook onbewust, zoals in dat mooie lied dat Theo de Jong zopas zong: Jerusalem Tomorrow.

Wat we nodig hebben om het Pasen te laten worden is bewust en volwassen leven met kennis en onderscheid tussen goed en kwaad. Net als Adam en Eva. Dus niet alleen rondjes draaien in je eigen hoofd en je koesteren in een gedroomd paradijs. En daarnaast leren en je durven trainen in het kiezen voor wat goed is, voor jezelf en voor anderen. Voor een liefdevolle wereld zoals de EEUWIGE die voor ogen had, met kansen en ruimte voor de hele schepping. Daarin zitten de Bijbel en de Bhagavad Gītā helemaal op één lijn.

Amen